← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 416 — HOOFDSTUK III. DE WALVISCHVANGST DER NOORDSCHE COMPAGNIE.

Reading edition

Wassenaer, Hist. verh. XII fol. 8.—In 1632 bracht de kamer der N. C. te Hoorn aan die te Enkhuizen in rekening voor de vracht van Spitsbergen naar Hoorn per quarteel spek ƒ 5, en voor elk quarteel (vat), dat daarvoor noodig was, ƒ 3. (Dictum v. de H. R. in zake de N. C. Hoorn c. Enkh. dd. 3 Apr. 1637.)

[417] Dat dit soms niet weinig was, blijkt uit het feit, dat de N. C. in 1623 met 5 schepen 6000 quarteelen traan maakte, waarvan zij er 1000 moest begraven. (Wassenaer, Hist. verh. V fol. 157) Ook verneemt men, dat twee Baskische schepen in het najaar van 1632 van Jan Mayen-eiland roofden 600 quarteelen traan en 200.000 pond baarden (Req. der N. C. c. Vrolicq dd. 8 Apr. 1633, in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.) en dat Willem Ys eens in éen jaar 2000 quarteelen traan met een naschip van hetzelfde eiland haalde. (Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 215.)

[418] Zorgdrager, Groenl. vissch. p. 135, 215.—Lindeman, Arkt. Fisch. p. 9.—Tegenw. Staat. I p. 591.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings