← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 295 — HOOFDSTUK II. DE NOORDSCHE COMPAGNIE.

Reading edition

R. S.-G. 18, 25 Oct. 1638.

[296] Reeds in 1636 had de N. C. te vergeefs om verlenging van octrooi aangehouden. (Versl. der 1e en 2e confer. met de N. C., conc.-rapp. aan de Stn. v. Holl., in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.) In 1642 herhaalde zij dit verzoek nadrukkelijk. (Req. der N. C. aan de Stn. v. Holl. dd. 18 Jan. 1642, in: Stn. N. C. v. d. Hrl. gedeput. R.-A.)

[297] Aanwysing. p. 191.—De octrooien zijn o. a. afgedrukt in: Gr. Placaetb. I p. 669, 671, 673, 677.—De eenjarige verlengingen van 1615 en 1622 waren echter tot nog toe niet bekend; het schijnt niemand in het oog gevallen te zijn, dat de jaren zonder deze beide niet aansloten. (Zie o. a. Luzac, Holl. rijkdom. I p. 347.)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings