Note 117 — HOOFDSTUK I. DE NEDERLANDERS IN DE IJSZEE. (1565-1613.)
Reading edition
Hessel Gerritsz., Beschr. vander Samoyeden Landt. Voorrede, p. 4.
[118] Hevige bestrijders vond het misschien wel wat onberaden plan der overmoedige voorstellers in Hessel Gerritsz. (Beschr. v. d. Samoyeden Landt. p. 3, 4.—Detectio freti ed. 1613 F. 2) en in Joh. Is. Pontanus (Beschr. v. Amst. p. 179, 80), beiden voorstanders der plannen van Linschoten. Ook Isaac Massa oordeelde het door dezen ontworpen plan het eenige, dat kans van slagen had. (Massa, Cort verhael, in: Beschr. v. d. Samoyeden Landt. p. 13.) Nicolai (Relation. Vorredt, p. 10) zegt, dat Röslin „allein etliche seine Träum und Mucken erzehlt, die er ihm hinder dem Ofen im Sawrbrunnen zu Schwalbach traumen lassen.”—Onder leiding van May werd het plan echter beter uitgevoerd dan het zich aanvankelijk liet aanzien en althans Gerritsz. kwam nog in zijne Detectio freti zelven op zijne afkeuring terug.
[119] De reis van Jan Corneliszoon van Hoorn, waarover Witsen (Noord- en oost-Tartarye. p. 906) spreekt, is geen andere dan deze tot voor korten tijd bijna onbekende tocht.—Volgens Wassenaer (Hist. verhael. VIII fol. 84 vso) deed „Ian May van Hoorn” in 1624 nog eene reis naar Nieuw-Nederland. Op deze reis noemde hij waarschijnlijk den mond der Delaware „May-bay”, de oostelijke punt van den oever daarbij „Caep May.” (Zie de kaart v. Nieuw-Nederland in den Atlas v. Just. Danckers.) Ook een veel zuidelijker gelegen rivier op die kust heette „R. de May.” (Zie de kaart van Amerika in dien Atlas.) Mogelijk zijn echter al deze namen van den bekenden Cornelis Jacobsz. May afkomstig.
[120] Tiele, Mémoire. p. 70.
[121] De Jonge (Opkomst v. h. Nederl. gezag. I. p. 28-30) heeft het eerst de aandacht op deze belangrijke reis gevestigd.