Note 96 — HOOFDSTUK I. DE NEDERLANDERS IN DE IJSZEE. (1565-1613.)
Reading edition
Zie over de plannen en voorbereidingen voor deze reis: Jeannin, Négotiation. II p. 345, 70, 75.—Bakhuizen van den Brink, Isaac le Maire, in: Gids. 1865. IV p. 28-33.—Murphy, Hudson in Holland, p. 31, 32.
[97] Jeannin, Négotiation. II p. 489.—Bij het verhaal dezer reis verwerp ik het door De Jonge (Opkomst. I p. 28) op het voetspoor van Murphy (Hudson in Holland, p. 32 Noot 1) voorgestane gevoelen, dat Le Maire twee tochten naar het noorden zou hebben doen ondernemen: in 1609 en omstreeks 1611. Reeds Megiser (Septentrio Novantiquus. p. 431) sprak in 1613 van eene reis van Le Maire naar het noorden in 1611. Al deze schrijvers hebben echter hun bericht ontleend aan Massa, die zegt, dat een Nederlandsch schip „dit Jaer” voor Le Maire aan Vaigatsch geweest is. (Cort verhael. p. 8 in: Beschr. v. d. Samoyeden Landt.) Nu is de „Beschryvinge vander Samoyeden Landt” verschenen in het voorjaar van 1612 en het lag dus voor de hand te meenen, dat Massa’s „Cort verhael” geschreven was in 1611, toen de schrijver in Nederland aanwezig was. De drie geleerden schijnen echter voorbijgezien te hebben, dat Hessel Gerritsz. op den titel zijner Beschryvinge vander Samoyeden Landt mededeelt, dat de beide daarin voorkomende stukken van Massa „wt de Russche tale overgheset (en blijkens de aanteekeningen op den rug van Massa’s kaart vermeerderd) syn Anno 1609.”—Het door De Jonge l. c. gecursiveerde woordje „wederom” behoeft dunkt mij niet op een Nederlandsch schip door Le Maire uitgerust te slaan.