Note 55 — HOOFDSTUK I. DE NEDERLANDERS IN DE IJSZEE. (1565-1613.)
Reading edition
Zie hierover en over de verdere voorbereidingen tot de expeditie: Linschoten, Voyasie ofte schip-vaert by Noorden om. (Voor-reden.)—Contr. der Stn. v. Zeeland met Moucheron, als bijlage achter de Notulen Zeeland 1594.—Le Petit, Gr. chron. anc. et mod. II p. 651.—De Jonge, Opkomst v. h. Nederl. gezag in Oost-Indië. I p. 14-18.—Een uitnemend en tot in bizonderheden volkomen juist overzicht van de aanleiding en voorbereiding der Nederlandsche noordpoolreizen vindt men bij: Fruin, Tien jaren. p. 238-54.—In: Begin ende Voortgangh van de Oost-Indische Compagnie (Inleid. p. 1, 2) worden Jacob Valcke en Christoffel Roeltius, Thesaurier en Pensionaris van Zeeland, en de bekende kooplieden Balthazar De Moucheron, Jan Jansz. Carel en Dirk van Os als de voornaamste aanleggers der noordoostelijke tochten genoemd. Eveneens bij: Van Meteren, Comment. ofte Memor. fol. CXXV.
[56] Le Petit. Gr. chron. anc. et mod. II p. 651.—Linschoten, Voyasie ofte schip-vaert by Noorden om. (Voor-reden.)
[57] „Instructie voor Wilhem Barentsz. waer naer hy hem sal hebben te reguleren, omme die reyse by Noorden (Noua Sembla) om t’ ondersoucken ende te vinden naer ’t Coninckryck van China enz.” dd. 16 Mei 1594, in het Register der „Instructien zedert 1588 tot 1610.” R.-A.[Bijlage I]