← Table of contents
Geschiedenis der Noordsche Compagnie

Note 43 — HOOFDSTUK I. DE NEDERLANDERS IN DE IJSZEE. (1565-1613.)

Reading edition

Ik maak dit op uit het bericht van den hier zéér welingelichten Middelburgschen notaris Le Petit (Gr. chron. anc. et mod. II p. 651), die op het jaar 1594 verhaalt, dat Balthazar De Moucheron „s’asseurant sur cela (d. i. de berichten uit Rusland over de mogelijkheid van den noordelijken doortocht) oultre la petite espreuve que dix années auparavant il en avoit desia faite, advertit le prince Maurice de la délibération qu’il avoit de chercher ledit passage.” Moucheron deed juist in 1584 met kracht eene uitrusting op de Witte Zee en wij weten, dat hij dien handel sedert, „mits dat zijnen naem in desen eenichsins kennelic ende ruchtbaer gemaect was, nyet en heeft moghen ofte derven vervolgen ende continueren.” (De Jonge, Opkomst. I p. 15, 17.)—Wel verhaalt Linschoten (Voyasie, Voor-reden) dat „etlijcke Kooplieden ende andere dese Noordtsche Vaert ofte ondersoeckinghe langhe ghesocht hebben op de baen te brenghen; maer dat dat altijdt achterghebleven is tot op het Iaer 1593,” maar het bericht van den anders natuurlijk zeer betrouwbaren getuige is toch bepaald onjuist, daar wij weten dat Brunel omstreeks 1584 eene mislukte reis deed. Het eenige, dat tegen het noemen van Moucheron als reeder van Brunels schip pleit, is het feit, dat deze laatste uit Enkhuizen vertrok, terwijl de Moucherons zooals men weet te Middelburg, later te Veere gevestigd waren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings