Note 1309 — BIJLAGEN.
Reading edition
Merkwaardig is wederom deze vermelding van Brunel als den man, van wien de Nederlanders hunne berichten over de poolstreken ontleenden; het is een nieuw bewijs van zijne algemeene bekendheid. Het bericht zelf over hem medegedeeld is van belang, omdat het ons meldt, dat zijne noordpoolreis niet, zooals ik in den tekst (p. 31) zeide, reeds aan de Pechora geëindigd is, maar dat hij eerst na vruchtelooze pogingen om de straat van Nassau te passeeren op zijne terugreis in den mond der Pechora zijn schip verloor. Mogelijk heeft ook het bezoek van Kostin-sjar (zie p. 27) op deze reis plaats gehad; het blijft echter zonderling, hoe hij op zijne reis in Nederlandschen dienst na met zijne patroons gebroken te hebben, een Russischen gids had kunnen krijgen.—Dat de straat van Nassau in 1584 in geen achttien jaren open geweest was, is natuurlijk onjuist: Pet en Jackman waren ze nog in 1580 gepasseerd. Het bericht wekt het vermoeden, dat ook het bezoek van de straat van Nassau, evenals waarschijnlijk dat van Kostin-sjar, misschien vóor 1580 in dienst zijner Russische patroons heeft plaats gehad.
[1310] Vgl. p. 39.
[1311] De brief bevindt zich in een zeer slordig afschrift zonder eenige aanduiding van schrijver of geadresseerde onder de papieren van Buchelius op het archief der provincie Utrecht. Ik vond hem te laat om er in den tekst melding van te maken.