Note 8 — De Nederlanders.1
Reading edition
Sommigen zijn van oordeel, dat de Friezen uit Klein-Azië, en wel uit Troje afstammen. Zij gronden hunne bewering op sagen. Een dier sagen vermeldt, dat de Friezen onder zekeren Marcomir uit Phrygië of Troje (433 v. Chr.) herwaarts zouden gekomen zijn. Eene andere sage wil, dat de Petroklers (een stam in Klein-Azië) na den dood van Alexander den Groote, op schepen verhuisd en op de Saksische en Pruissische kusten geland zijn. Friso zou deelgenoot van dezen tocht geweest zijn, hij zou de kusten van de Elve tot aan het Vlie in bezit genomen hebben. Nog eene andere sage doet de drie gebroeders Saxo, Bruno en Friso, 313 j.v. Chr., na lang omzwerven uit Indië, op de kusten der Noordzee landen; zij onderwierpen zich de inwoners, verdeelden het land, en aan Friso viel Friesland ten deel, dus genaamd naar een landschap in Indië, Fresia genaamd.
Volgens “Der Friezen herkomst,” naar het boek van Adela (Thet Oera Linda Bok, zie hierachter pag 472 noot) is Friso uit Indië gekomen en wel met de vloot van Nearchus, maar is hij geen Indiër, maar behoort tot Frya’s volk. Hij behoorde namenlijk tot eene kolonie Friezen, die na den dood van Nyhellênia, 15½ eeuw v. Chr., onder aanvoering eener priesteres Geert, zich aan den Pangab neergezet hebben en den naam Geertmannen aannamen. Onder dien naam worden ze bij Strabo vermeld.
Aangaande de Batavieren vermeldt Tacitus: “dat de in dapperheid al de door hem reeds vermelde Rijnbewoners overtreffende Batavieren, voornamelijk het Rijneiland, maar toch ook een deel van zijnen oever of den uitersten zoom van Gallië bewoonden; dat zij vroeger geheel over den Rijn hadden gewoond en een deel der Katten hadden uitgemaakt, maar bij een opstand onder dit volk waren verdreven, en zich in die nieuwe woonstreken, die toen nog onbevolkt waren, hadden neergezet, waar zij een deel van het Romeinsche gebied uitmaakten. Vert.