Note 34 — De Nederlanders.1
Reading edition
In al hunne openbare betrekkingen hebben de Hollanders eene groote liefde voor rechtvaardigheid bewaard, want nauwelijks maakt de geschiedenis gewag van eene regeering, die door hare onpartijdige, onomkoopbare, en voor alle standen der maatschappij gelijke wetgeving en rechtswezen, beroemder geweest zou zijn, dan die der Nederlanders.—De oude Hollandsche bank was er beroemd voor, dat zij nooit meer bankpapier in omloop bracht dan waarvoor zij baar geld bezat. Zich groot voor te doen is nooit een nationaal-gebrek der Hollanders geweest; zij zijn niets minder dan pralers en zwetsers. Zij verachten of belachen het declamatorische bij hunne naburen, de Franschen. Nimmer hebben zij “Magnaten”, of “Grandes” gehad. Die namen hebben wij (de Duitschers) uit Hongarije en Spanje ontvangen. De Nederlandsche grooten, rijken en machtigen, muntten steeds uit door eene groote mate van bescheidenheid. Hunne machtigen gebruikten hunne macht alleen daar, waar zij noodig was, maar brachten weinig daarvan in het particuliere leven over. Zelfs, toen zij over de schatten van Indië geboden, zag men hunne staatslieden, wier invloed somwijlen met dien van Koningen gelijk stond, zonder bedienden en te voet wandelen. En ook nu nog leven bij hen de rijken, ofschoon niet zonder eene zeer soliede luxe, toch stiller en gewoonlijk eenvoudiger en spaarzamer dan ergens anders34.