Note 28 — De Nederlanders.1
Reading edition
In geene kunst hebben niet alleen de Hollanders, maar alle Nederlanders meer geleverd, dan in de schilderkunst28. Zij nemen in dit vak de tweede plaats na de Italianen in, die zij, wat rijkdom aan talenten en menigte van voortbrengselen betreft, bijna evenaren, maar met wie zij, wat betreft het karakter der schilderscholen, een opmerkelijk contrast vormen.—De zachte bevalligheid, de hooge idealiteit en het poëtisch schilderachtige der in geestdrift ontstokene Italianen, hebben de strenge Hollanders niet kunnen bereiken. In het teruggeven der natuur en van het werkelijke, hun omgevende leven, toonden zij hunne hoofdkracht. Hunne groote meesters van Veen29, van Dijck, Rembrandt waren in de opvatting van het individueele, als nabootsers van natuurverschijnselen, als portretschilders het grootst. Zelfs van Rubens zegt men in dit opzicht, kenmerkend genoeg, dat hij zijne schoone echtgenooten, die dikwijls voor hem zaten, veel beter terug gaf, als hij ze alleen portretteerde, dan wanneer hij ze idealiseerde.—Aan dier- en landschapschilders hebben de Nederlanders, even als aan stille natuurvorschers, een grooten rijkdom. Het bij hen zoo beminde, zoogenaamde “stilleven”, is eene der voor hen meest karakteristieke kunsttakken, en op het schilderen van bloemen hebben deze bedaarde, natuurkundige, vlijtige menschen zich, even als op de bloemkweekerij, met eene voorliefde als geen ander volk, toegelegd. Het origineel dier geschilderde stillevens, bloem- en boomstukken, ziet men nog in duizend bevallige vormen bij hunne landgoederen, hunne geliefde buitenplaatsen, die, wat hunnen omvang betreft slechts hutten, maar inwendig paleizen zijn, waarin een geest van reinheid en nette sierlijkheid ieder voorwerp verfraait.