Note 13 — De Nederlanders.1
Reading edition
Al de, toen 16, Nederlandsche provinciën, werden wel door Keizer Maximiliaan I, aan wien ze door zijne gemalin Maria van Bourgondië, na het uitsterven van den Bourgondischen mannelijken stam, toevielen, onder den naam “Bourgondische Kreits,” weder met het Duitsche rijk verbonden13, maar deze verbinding bestond eigenlijk slechts in naam en was tijdelijk. Want reeds de kleinzoon van dien Duitschen Keizer, Karel V, vereenigde ze 40 jaren later, als een, zooals hij zeide, voor eeuwig onscheidbaar land, met de kroon van Spanje. Onder dezen Keizer, die een geboren Nederlander was14, die met voorliefde de Nederlandsche taal sprak, en dien daarom de Nederlanders nog heden met trots een hunner grootste landslieden noemen en in zekeren zin als een Belgisch Vorst beschouwen, (“als een der schoonste paarlen,” zooals een patriotisch geschiedschrijver uitdrukt, aan den krans van Belgiës roem)—onder dezen Karel V, zeg ik, en ten deele ook nog onder zijn zoon Filips II, bleven alle Nederlanders, even als onder de Hertogen van Bourgondië, onder ééne macht vereenigd.—De duur dezer vereeniging omvat eene tijdruimte van ongeveer 150 jaren15. Het was het tijdperk van den hoogsten bloei in het vereenigde land.