Note 3 — De Nederlanders.1
Reading edition
Het water slechts eene schets, zich verliezende in en vermengende met zand en veen; niet, zooals in een bergland, in diep uitgegravene vaarten besloten, of in stevig gebouwde zeeboezems verzameld. Het land ook slechts eene schets, nauwelijks boven het water uitkomende, overal druipende, ten gevolge van overstroomingen3 zelfs de hemel slechts eene schets, niet een schoon, scherp geteekend, aetherisch gewelf, zooals in Italië, maar met nevelen en dampen opgevuld en bijna altijd met wolken bedekt4. De mensch eerst moest met scheppende hand in deze vormlooze massa ingrijpen, om er een bewoonbaar vaderland uit te vormen. Ook eenige waarde hebbende en den mensch welkome natuurvoortbrengselen kan men bijna niet opnoemen, die het land van den beginne af in overvloed gehad heeft. Om van goud en zilver en andere dergelijke kostbare zaken niet te spreken, die sommige landen beroemd hebben gemaakt, heeft het zelfs geene streken, waar men wouden of steengroeven aantreft, om door hout of bouwsteenen of door metalen zich bij zijne naburen bemind te maken5.