Note 28 — De Nederlanders.1
Reading edition
De Nederlandsche schilderschool dateert van het begin der 15de eeuw. De miniaturen, waarmede men de handschriften van dien tijd versierde, getuigen genoeg van de hoogte, toen reeds door de schilderkunst bereikt. Op de miniatuur-schilderingen volgde sedert het begin der 15de eeuw de Vlaamsche school, met Huibert en Jan van Eyck aan het hoofd. In het midden der 16de eeuw openbaarde zich eene voorliefde voor de Italiaansche school die men dikwijls trachtte met de Vlaamsche school te verbinden. Omstreeks het midden der 17de eeuw, splitste zich het historie-schilderen in twee richtingen, waarvan de eene van de Spaansche Nederlanden (Brabant) uitging, terwijl de andere in Holland ontstond. De eerste richting, die tot hoofdzetel Antwerpen had, boogt en terecht op haren grooten meester P. P. Rubens (1577–1640). Het krachtigste penseel der tweede richting (waarin zich het protestantisme en de vrijheidszin afspiegelde, die na de scheiding van de Spaansche Nederlanden zich in Holland zoo duidelijk openbaarden) was Rembrand van Rijn (1606–1664). Naast deze twee richtingen der Nederlandsch-historische school, was nog eene derde, die zich aan de Italiaansche nationalisten aansloot.
In de 17de eeuw kwamen ook alle andere takken der schilderkunst tot ontwikkeling en bloei, het portret-schilderen, het genre-schilderen van bambocciaden, het schilderen van tooneelen ontleend aan het soldatenleven, den deftigen stand enz. Ook het landschapschilderen werd met gelukkig gevolg beoefend, zoomede het schilderen van voorwerpen tot de dierenwereld behoorende. De Hollandsche schilderschool blonk verder in de 17de eeuw uit door hare bloem- en vruchtenschilders, en door het schilderen van zee-, water- en strandgezichten.
De 18de eeuw was voor de kunst, die eene zoo groote hoogte bereikt had, eene eeuw van verval. Een enkele bloem- of vruchtenschilder treft men in die eeuw aan, maar wat zij overigens opleverde was niets dan navolging. In onze eeuw echter herleeft de schilderschool en heeft zich de tegenwoordig nationale school krachtig ontwikkeld, en zoowel op historieschilders als op kunstenaars die zich met uitstekend gevolg op de andere takken dezer kunst toelegden, kan ons vaderland tegenwoordig weder trotsch zijn. Vert.