Note 2 — De Nederlanders.1
Reading edition
Had de schrijver het door Karel den Groote geliefde Nijmegen, en de omstreken naar de zijde van Kleef bezocht; was hij van daar naar Duitsche wijze, over Elten naar ’s Heerenberg gewandeld, en den zoogenaamden achterhoek van het Zutfensche doorgetrokken; voorts van Zutfen den straatweg gevolgd over Arnhem naar Utrecht—ongetwijfeld had hij zijn vonnis over het gemis aan alle natuurschoon wel gewijzigd.
Wanneer de schrijver zegt: “bijna al het vriendelijke, dat het land nu bezit, is het door kunst en menschenhanden gegeven,” dan heeft dit voornamelijk op de mondings-gebieden van Rijn, Maas en Schelde betrekking. De oudere, Oostelijke bodem valt gemakkelijk aan zijne meer ongelijke oppervlakte te kennen. Op vele plaatsen treft men op het oudere diluvium het nieuwe alluvium, waaronder ook alle veenlagen behooren, aan; de schacht van dit alluvium heeft eene dikte van 150 tot 300 voet. Alleen in enkele gedeelten van Overijsel, Gelderland en Limburg wordt de tertiaire vorming aangetroffen.
De kusten van Holland liggen gemiddeld 2 voet boven de oppervlakte der zee; bij Katwijk, waar de zee 1/2 voet, bij Oosten-wind 3 voet beneden de oppervlakte van het land ligt, stijgt de vloed bij sommige winden tot 6 voet boven de oppervlakte van het land, zoodat het gemakkelijk te begrijpen is, hoe Nederland en de Noordzee-kusten vroeger eene andere gedaante zouden hebben dan tegenwoordig. Men wil, dat van af het begin der 6de eeuw tot 1825, Nederland door 190 groote overstroomingen geteisterd is. Ook wordt door sommigen beweerd, dat de Nederlandsche bodem zakt; het eiland Walcheren b.v. zou in 2000 jaren van 28–30 voet gezakt zijn. Als bewijs voor de bewering, dat de bodem van ons land zakkende is (men begroot deze verzakking op 1 voet per eeuw), neemt men, dat de Arx brittanica, die men in 1752 in de zee, in de nabijheid van Katwijk nog opmerkte, nu niet meer gezien wordt. Dijken en duinen (door zandverstuivingen langs onze kusten ontstaan) beschermen ons vaderland tegen de zee. De duinen hebben eene gemiddelde hoogte van 17 à 18 meter; enkelen echter zijn hooger, eene enkele bereikt zelfs een hoogte van 60 meter. Vert.