← Table of contents
Geschiedenis der Europeesche Volken

Note 11 — De Nederlanders.1

Reading edition

De Romeinen verbeterden den moerassigen grond, wierpen dijken op, vervaardigden wegen en groeven kanalen. Drusus deed de gracht (Drusus-gracht) graven, die den middelsten arm van den Rijn met den IJssel verbindt, en maakte een begin met het, later door Corbulo voltooide kanaal, dat bovengenoemden arm van den Rijn met den Zuidelijken Rijnmond verbindt.

Sommige schrijvers, o.a. Dr. Acker Strating in zijn aloude staat en geschiedenis des Vaderlands, beweren dat noch de Romeinen de eersten zouden geweest zijn, die in ons land dijken aangelegd hebben, noch Drusus de Drusnsgracht heeft laten graven. Deze laatste bewering grondt de schrijver op eene plaats in Tacitus, waarin uitdrukkelijk gezegd wordt, “dat P. Pompejus (tusschen het jaar 50 en 60) voltooid heeft den dijk, voor 63 jaar door Drusus begonnen, ter beteugeling van den Rijn.” Ten bewijze, dat die dijk niet langs den oever van den Midden-Rijn kan gelegen hebben, maar ter plaatse, waar de Waal zich van den Rijn scheidt, en blijkbaar met het doel is aangelegd, om den stroom alleen langs de Waal of den Gallischen Rijnarm te keeren, strekt de geheele samenhang, waarin de vermelding van den dijk met het overige verhaal aldaar (bij Tacitus) voorkomt. De daar vermelde vernieling toch had plaats bij Vetera Castra, toen Civilis naar het eiland der Batavieren terug week. Zoo weinig belang nu de Romeinen er bij hadden, om het eiland der Batavieren te beveiligen tegen het Rijnwater, zoo belangrijk was het voor hen, om zulks te doen ten aanzien van Gallië of hun Rijk. Hier langs stroomde de Waal, en door deze rivier af te dammen van den Rijn, werd zij belet de oevers van den Rijn te overstroomen. Dezen dam vernielde Civilis, die daardoor weer aan den Rijn vrijen loop door de Waal gaf en zoo de Romeinen belette hem te volgen, daar hij, zooals Tacitus er bij voegt, wist dat de Romeinen geen schepen hadden, om eene brug te maken, en dat zij de rivier niet op eene andere wijze konden oversteken. Door het doorsteken van den Rijndijk zou Civilis zijn toevluchtsoord (het eiland der Batavieren) onder water gezet hebben, maar door het doorsteken van den Waaldam stelde hij zich daarmede in verbinding, immers de Rijn liep nu nagenoeg geheel droog, en de Waal nam het weggeloopen water op. (Acker Stratingh: Aloude staat en geschiedenis des vaderlands Dl. 1 bladz. 48).

Ten bewijze verder, dat Civilis en zijne Batavieren even goed dammen wisten aan te leggen als de Romeinen, verwijst Dr. A. S. ons weder naar Tacitus Hist. V. 14 en C. 18 waaruit blijkt, dat Civilis vóór het gevecht van Castra Vetera, een dwarsdam door den Rijn legde, om de naburige oeverstreken onder water te zetten (Dr. A. S. Dl. 1 bladz. 50). Wat meer is, zegt Dr. A. S. “bij denzelfden geschiedschrijver (Tacitus Hist. V. 23) vindt men eene stellige bewijsplaats, dat het eiland der Batavieren in dien tijd niet bedijkt was. Meldende namelijk, dat Civilis eindelijk ook uit het eiland der Batavieren moest wijken en Cerealis dit eiland toen innam en plunderde, voegt Tacitus er bij, hoe intusschen met het invallen van den herfst en ten gevolge van hevige regenbuien, de Rijn het moerassige en lage eiland overstroomde en als in een poel herschiep, waardoor de Romeinen in geene geringe ongelegenheid geraakten, daar hunne legerplaatsen op het vlakke veld met den geweldigen stroom weggerukt werden en zij vloot noch leeftocht hadden, zoodat de Romeinsche legioenen toen gemakkelijk door de Germanen hadden kunnen vernield worden.” Ook de door velen voor van Romeinschen oorsprong gehoudene, op verscheidene plaatsen in en aan de Zuiderzee ontdekte muren of steenen wegen, die ook wel voor dijken gehouden worden, beweert Dr. A.S. dat die niet aan de Romeinen moeten toegeschreven worden, (meergemeld werk van Dr. A. S. blad. 55). Vert.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings