← Table of contents
Geschiedenis der Europeesche Volken

Note 3 — De Engelschen en hunne eilanden.

Reading edition

In het algemeen mag ik opmerken, dat de Engelschen zelven er somwijlen een zeer verschillend oordeel over uitspreken, of hunne nationaliteit meer politieke kracht en vrijheid aan den nationalen geest der Skandinaviërs, dan wel aan den Anglo-Saksischen zin en wezen ontleend hebben. Terwijl Sir Edward Bulwer Lytton den Noorwegers en Denen veel verdienste toekent, daar hij er met lof van gewaagt, hoe die deelen van het Koningrijk, waarin zij de grootere massa der bevolking uitmaakten, zich vooral door onafhankelijkszin en weerstandskracht tegen onderdrukking kenmerkten, en in hen het duidelijkst het krachtig beeld der oude Germanen te herkennen is,—heeft Sir Robert Peel, in zijne in het Parlement uitgesprokene redevoeringen, herhaaldelijk als zijne meening te kennen gegeven, dat de Denen in het algemeen, na al hunne verwoestings-tochten, bijna in het geheel niets nieuws, groots en duurzaams in Engeland gegrondvest en achtergelaten hebben.—Aan de overdrevene eischen van Deensche schrijvers, mag men in dit opzicht wel de beschouwing van een onpartijdigen Franschman tegenoverstellen, die in de Revue des deux mondes tegen de Denen optreedt: “Les Danois n’ont point conquis l’Angleterre,” zegt hij, “leur invasion n’était qu’un déluge et ce déluge n’a fait que glisser sur la société Saxonne3.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings