Note 2 — OVERZIGT VAN HET DICHTSTUK.
H. (Hendrik) Frijlink translation
Zijne klagten worden afgebroken door de komst van Wagenaar, zijn leerling, of zijn famulus2, zoo als Goethe hem noemt. Deze denkt dat hij uit een treurspel declameert, en komt om iets van de geestdrift van Faust op te vangen, dien hij aanhoort, zonder hem te begrijpen. Het onderhoud, dat tusschen hen plaats heeft, is zeer geestig; men onderscheidt er duidelijk in wat den man van genie van den droogen geleerde onderscheidt. De eerste is een adelaar, die zich met zijne uitgespreide vleugelen tot de bron des lichts verheft; de andere is een boekworm, die in het stof der bibliotheken rondkruipt, en meer niet. Worm is hij geboren, worm zal hij sterven.