Note 1 — OVERZIGT VAN HET DICHTSTUK.
H. (Hendrik) Frijlink translation
Te midden van dit engelenkoor hoort men de bloeddorstige en spotachtige stem van Mephistopheles1, den geest des kwaads; een gevallen aartsengel, maar die door den Heer somwijlen in zijne tegenwoordigheid wordt toegelaten, even als de bijbel ons leert in de geschiedenis van Job, en met wien hij niet terugdeinst over de belangen dezer wereld te spreken. “Van al de demons”, zegt de Heer, “zijt gij degene, dien ik het minst haat. De werkzaamheid van den mensch is aan verslapping onderhevig, en om hem aan te prikkelen, heb ik uwe hulp noodig.”