← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 19 — Zesde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Te Heliopolis kwamen hem gezanten van de Helleensche inwoners van Naucratis en van de Lybiërs te gemoet, die hem baden om bescherming en vrede. Zij brachten hem een gouden krans, benevens rijke geschenken. Hij nam deze genadig aan, en gaf hun de verzekering zijner vriendschap. De afgevaardigden van Cyrene en Barka wees hij echter toornig terug, en hunne schatting, bedragende vijfhonderd zilverminen19, die hem al te onbeduidend voorkwam, strooide hij met eigen hand onder zijne soldaten uit. Ter zelfder plaatse kreeg hij ook het bericht, dat de inwoners van Memphis, bij de aankomst van zijne gezanten, in menigte waren samengestroomd, het schip in den grond geboord, en die er op waren, zonder aanzien van personen, in stukken gescheurd en binnen de vesting gesleept hadden. Toen Cambyzes dit vernam werd hij woedend, en riep: »Bij Mithra, voor elken dezer vermoorden zullen tien inwoners van Memphis met hun leven boeten!”—Twee dagen later sloeg zijn leger voor de poorten der reuzenstad de tenten op. Slechts korten tijd duurde het beleg, daar de bezetting veel te klein was om de vesting behoorlijk te verdedigen, en de moed der burgerij na de nederlaag van Pelusium zeer gezonken was.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings