Note 11 — Zesde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Aristomachus liet hem stil begaan. Nadat hij zich met de voedzame spijs en den opwekkenden drank een weinig versterkt had, beantwoordde hij eerst de vragen van den ongeduldigen Athener, en verhaalde hem het volgende: »Toen Psamtik het zoontje van Phanes vermoord had, was hij, Aristomachus, tot hem gegaan met de stellige verklaring, dat hij al zijn volk zou aansporen den Egyptischen dienst te verlaten, indien men niet onmiddellijk het dochterke van zijn vriend in vrijheid stelde, en voldoende rekenschap gaf van de wijze waarop het knaapje zoo opeens was verdwenen. De kroonprins beloofde de zaak in beraad te zullen nemen. Toen de Spartaan twee dagen later zich des nachts scheep begaf, om naar Memphis te varen, werd hij door Ethiopische soldaten aangegrepen, gekneveld en in het donkere ruim van een vaartuig geworpen, dat na eene reis van vele dagen en nachten, aan een hem onbekenden oever het anker liet vallen. Nu bevrijdde men den gevangene uit zijn bedompten kerker, en voerde hem, onder eene brandende hitte, door eene woestijn langs rotsen van de zonderlingste gedaante naar het oosten. Eindelijk bereikte men een gebergte, aan welks voet een aantal hutten verspreid lagen. Het waren de woningen der ontelbaren, die met ketenen aan de voeten, des morgens in de schacht van een bergwerk werden gedreven, om daar uit den harden rotssteen goudkorrels te hakken11. Velen dier ongelukkigen hadden reeds langer dan veertig jaren in dit oord van jammer en ellende doorgebracht; de meeste veroordeelden echter werden; tengevolge van de geweldige krachtsinspanning, die van hen gevergd werd, en de bijkans ondraaglijke hitte, die hun tegenstroomde, zoodra zij de koele schacht verlieten, door een vroegen dood uit hun lijden verlost.