Note 5 — Zesde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Waren de strijdkrachten der Perzen verbazend groot, ook het aantal der Egyptische krijgers was niet minder te achten. Het leger werd in den rug gedekt door de muren van Pelusium, de grensvesting, die gebouwd was om Egypte tegen de invallen der krijgszuchtige oostelijke volksstammen te beveiligen. Door overloopers vernamen de Perzen, dat het gezamenlijke leger van den pharao omtrent zesmaal honderdduizend man telde. Behalve een groot aantal strijdwagens en dertigduizend Karische en Ionische soldaten, en het gendarmerie-korps van de Mazaïoe5, hadden zich tweemaal honderd-vijftigduizend Kalasiriërs, honderd-zestigduizend Hermotybiërs, twintigduizend ruiters6 en ongeveer vijftigduizend man hulptroepen, onder welke de Libysche Mascha-wascha7 zich door hun ouden krijgsroem, de Ethiopiërs zich door hun groot aantal onderscheidden, onder de vanen van Psamtik vereenigd. Het voetvolk was in regimenten en compagnieën ingedeeld, die zich onder verschillende veldteekens8 schaarden, en iedere afdeeling had hare eigene wapening en kleeding. Men zag zwaar gewapenden met groote schilden, lansen en dolken9; bijl- en zwaardvechters met kleine schilden en korte knotsen; slingeraars, en schutters, die verreweg de meerderheid van het leger uitmaakten, wier ongespannen bogen de hoogte van een mensch bereikten. De ruiters waren alleen met een schort gekleed, en hadden geen ander wapen dan eene lichte knots in den vorm eener morgenster; terwijl daarentegen de wagenstrijders, die tot de aanzienlijksten van de krijgerskaste behoorden, zeer kostbaar uitgedost ten oorlog trokken, en zoowel aan het tuig hunner schoone wereldberoemde paarden, als aan hunne tweewielige voertuigen schatten besteedden. Het besturen van zulk een strijdwagen was geheel aan de zorg van den wagenmenner opgedragen, die naast den krijgsman stond; deze zelf dacht aan niets anders, dan hoe hij het best gebruik zou maken van boog en lans.—Het voetvolk van de Perzen was niet veel talrijker dan dat der Egyptenaren, doch de Aziatische ruiterij was wel zesmaal sterker dan die der bewoners van het Nijldal.