Note 1 — Zesde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Het praalgraf van Cyrus bestond uit een reusachtigen sarkophaag van marmerblokken, dat, gelijk een huis, op een basis van zes hooge marmeren trappen rustte. Van binnen was de sarkophaag geheel als eene kamer ingericht, en bevatte, behalve de gouden kist, die de door de honden, gieren en elementen gespaarde overblijfselen van Cyrus inhield, een zilveren bed, en eene tafel van hetzelfde metaal, waarop gouden bekers stonden, en allerhande kleederen, alsmede de rijkste sieraden van edelgesteenten lagen. Het geheele praalgraf was veertig voet hoog. Lommerrijke paradijzen1 en zuilengangen, volgens het voorschrift van Cresus aangelegd, omringden het geheel. In het midden der tuinen was de woning van de magiërs, aan wie de bewaking van het graf was opgedragen. In de verte ontdekte men van hier het paleis van Cyrus, dat, volgens den uitersten wil van den overledene, jaarlijks gedurende eenige maanden den koningen van Perzië ten verblijf moest strekken. In dit prachtige gebouw, dat veel op een vesting geleek, bevond zich ook de schatkamer van het rijk, aangezien de plaats door hare ligging bijna niet te genaken was.