Note 30 — Vijfde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Thans vielen de ankers rammelend op het dek neer; de wind vulde het uitgespreide zeil, en uit het ruim der triëre steeg het eentonig keleusma of roeierslied, waarbij de triëraules met de fluit maat en toon aangaf30. Bartja en Sappho stonden op den achtersteven van het vaartuig, naast het houten beeld van Hygieia, zijn beschermgodin, en tuurden zoo lang in de richting van Naucratis, tot de oevers van den Nijl voor hun starenden blik niet meer te onderkennen waren, en de blauwe golven der Helleensche zee de boorden van de triëre met haar schuim bespatten.