← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 13 — Vijfde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Thans, nu ’s konings uiteinde met rassche schreden naderde, waren allen, zelfs de priesters, vol van zijn lof. Hier hoorde men de wijsheid zijner nieuwe instellingen, de omzichtigheid van zijn bestuur, zijn onvermoeiden ijver, de gematigdheid, die hij steeds aan den dag had gelegd, en zijn scherp vernuft hemelhoog roemen. »Hoezeer is Egypte, onder zijn schepter, niet in bloei toegenomen!” zeide een nomarch. »Welk een roem deed hij onze wapenen oogsten door de verovering van Cyprus en den oorlog met de Lybiërs!” riep een krijgsoverste. »En altijd was hij er op uit onze tempels te verfraaien, en aan de godin van Saïs de eere te geven, die haar toekomt!” liet een zanger van Neith er op volgen. »Hoe minzaam en genadig was hij!” prevelde een hoveling. »Hoe behendig wist hij het aan te leggen, om met de machtigste staten vrede te houden!” zeide de overste der schrijvers; terwijl de schatmeester, die een traan uit zijn oog pinkte, uitriep: »Hoe verstandig beheerde hij de inkomsten van het rijk! Sedert Ramses III waren de schatkamers nooit zoo goed gevuld als op den huidigen dag13!”—»Psamtik heeft eene groote erfenis te wachten,” fluisterde de hoveling; terwijl de krijgsman uitriep: »Het is helaas niet te onderstellen, dat hij ze tot roemrijke oorlogen besteden zal; de kroonprins handelt geheel overeenkomstig den wil der priesters.”—»Gij dwaalt,” antwoordde de zanger; »sinds geruimen tijd schijnt onze heer de raadgevingen zijner getrouwe dienaren in den wind te slaan!”—»Den opvolger van zulk een vader zal het onbegrijpelijk veel moeite kosten, aller liefde en eerbied te winnen. Niet ieder bezit zulk eene verhevenheid van geest en zooveel wijsheid als Amasis, en niet ieder dient het geluk, gelijk dit bij hem het geval was!”—»Dat weten de goden!” mompelde de krijgsman.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings