Note 15 — Vierde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
»Ik vond de geheele stad in rep en roer,” begon hij te verhalen, »want het gerucht liep, dat Amasis gevaarlijk ziek was. Toen wij zoo even, tot het afdoen van zaken, op de beurs15 bijeenstonden, en ik groote kans had op den geheelen voorraad van al mijne hoog in prijs staande artikelen groote sommen te verdienen, die ik, ingeval de prijzen door de zekerheid van den aanstaanden oorlog dalen mochten, tot het aankoopen van nieuwe waren dacht te besteden—want dat ik tijdig bekend ben met de toerustingen van uw machtigen broeder, kan mij van ontzaglijk veel nut zijn—verscheen de toparch in onzen kring, en bracht de tijding, dat Amasis niet alleen zeer krank was, maar dat alle artsen hem hadden opgegeven. Met een uur kan het bericht van ’s konings dood en van een belangrijken ommekeer in den stand van zaken tot ons komen. De dood van dezen vorst is het zwaarste verlies, dat ons Hellenen kan treffen; want hij was ons ten allen tijde zeer genegen, en begunstigde ons, waar hij maar kon. Zijn zoon daarentegen, een verklaard vijand van de Grieken, zal alles in het werk stellen, om ons zoo mogelijk allen uit Egypte te jagen. Naucratis met onze tempels is hem sinds lang een doorn in het oog. Had zijn vader het hem niet belet, en waren de Helleensche soldaten hem niet onontbeerlijk, dan zou hij ons, gehate vreemdelingen, reeds voor lang uit zijn rijk hebben verdreven. Als Amasis gestorven is, zal geheel Naucratis de legerscharen van Cambyzes als vrienden begroeten. Wij Grieken weten toch bij ondervinding, dat gijlieden ook achting hebt voor volken, die geen Perzen zijn, en hunne rechten pleegt te eerbiedigen.”