← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 10 — Vierde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Weinige oogenblikken later keerde Theopompus terug, en riep: »Hoort eens, waarde gasten, als gij onbekend wenscht te blijven, dan moet gij u hier, te Naucratis, niet zoo aanstellen, als gij reeds gedaan hebt! Gij hebt gekheid gemaakt met de bloemenmeisjes, en haar een paar rozen betaald, niet als ontvluchte Lydische hekatontarchen, maar als groote heeren, gelijk gij ook zijt. Geheel Naucratis kent de schoone, lichtzinnige zusters Stephanion, Chloris en Irene, die met hare kransen reeds menig jeugdig hart gevangen, en met hare verleidelijke blikken reeds menigen blanken obool10 uit de beurzen onzer zorgelooze jongelieden hebben getooverd. Zoolang de markt duurt, houden de jongelingen zich het liefst bij de bloemenmeisjes op, en wat daar dan wordt verhandeld, wordt gewoonlijk in de stilte van den nacht met meer dan éen goudstuk betaald. Maar voor een vriendelijk woord en een paar rozen is men minder mild dan gij. De meisjes hebben met uwe geschenken gepronkt, en haren schrielen vrijers uwe goudstukken getoond. De faam is eene godin, die in den regel vreeselijk overdrijft, en van een hagedis een krokodil maakt. Spoedig kwam ook den Egyptischen hoofdman, die de wacht op de markt heeft, sedert Psamtik de teugels van het bewind in handen heeft genomen, het bericht ter oore, dat drie, kort te voren aangekomen Lydische krijgslieden goud onder de kransvlechtsters hadden uitgestrooid. Deze tijding wekte achterdocht en gaf den toparch11 aanleiding, om een beambte hierheen te zenden, ten einde naar uwe afkomst en het doel uwer reis te vernemen. Ik heb eene list moeten gebruiken en den man, die de boodschap bracht, iets wijs moeten maken. Overeenkomstig uw verlangen, heb ik u voor rijke jongelingen van Sardes uitgegeven, die aan den toorn van den satraap ontvlucht zijn.—Maar daar komt de beambte met een schrijver, die u een pas zal brengen, opdat gij veilig aan den Nijl zoudt kunnen vertoeven. Ik heb hem eene rijke belooning toegezegd, als hij u behulpzaam wilde zijn, om onder de krijgslieden van den koning te worden opgenomen. Hij is in den strik geloopen, en gelooft mij op mijn woord. Omdat gijlieden nog zoo jong zijt, houdt men zich overtuigd dat gij met geene geheime zending zijt belast.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings