Note 10 — Tiende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De Egyptenaren erkenden ook van hunne zijde de goedheid van den nieuwen vorst, en noemden Darius, evenals hunne vroegere koningen, eene godheid10. Desniettemin vergaten zij op het einde zijner regeering de groote verplichtingen, die zij aan hem hadden, en beproefden, toegevende aan hun verlangen naar zelfstandigheid, het zachte juk van de schouders te werpen11. Hun edele vorst en beschermer mocht het einde van dezen strijd niet meer beleven. Xerxes, de opvolger en zoon van Darius en Atossa, was bestemd om de bewoners van het Nijldal tot eene meer slaafsche onderwerping terug te brengen, die juist daarom onmogelijk duurzaam kon zijn.