← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 12 — Negende hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Toen gij straks zoo diep zuchttet bij de gedachte aan uw spoorloos verdwenen, voortreffelijken zoon, dacht ik: misschien zou de jonge, edele held nog in leven zijn, als de Perzen hunne zonen eene betere, laat ik liever zeggen eene veelzijdiger opvoeding wisten te geven. Ik heb mij door Bartja laten mededeelen, wat den Perzischen knapen zoo al geleerd wordt. Boogschieten, speerwerpen, rijden, jagen, de waarheid spreken, en soms eenige schadelijke en heilzame kruiden onderscheiden, ziedaar alles, wat men bij u te lande oordeelt, dat zij noodig hebben te weten. Onze Helleensche knapen worden evenzeer lichamelijk geoefend en gehard, want de geneesheer is slechts de hersteller, de gymnastiek de schepper der gezondheid. Maar gesteld dat een Helleensch jongeling, door aanhoudende oefening, sterker dan een stier ware geworden, waarachtiger dan de godheid, en wijzer dan de geleerdste Egyptische priester, zoo zouden wij toch met minachting op hem nederzien, als hem ontbrak, wat hem slechts door eene vroegtijdige en eene grondige beoefening van de met de gymnastiek nauw verwante muziek kan worden geleerd: zachtmoedigheid en gematigdheid.—Gij glimlacht, wijl gij mij niet begrijpt; gij zult mij echter gelijk geven, als ik u zal hebben aangetoond, dat de muziek, die u, naar hetgeen Sappho mij verhaald heeft, zeer schijnt te treffen, van even groot belang voor de opvoeding is als de gymnastiek. Beide dragen, het zal u misschien vreemd in de ooren klinken, gelijkelijk bij tot de volmaking van ziel en lichaam. Wie zich uitsluitend aan de muziek wijdt, zal in den beginne, als hij woest van natuur is, week en buigzaam worden als het erts in den oven, en zijne ruwheid zal verzacht worden. Maar ten laatste zal zijn moed verslappen; in plaats van in drift op te vliegen, zal hij over kleinigheden tranen storten, en nimmer een goed soldaat worden, ’t geen toch vóór alle andere dingen het streven der Perzen is. Wie zich uitsluitend in de gymnastiek oefent, zal, ja, als Cambyzes, eens de grootst mogelijke kracht aan dapperheid paren, maar zijn ziel—hier houdt mijne vergelijking op—blijft stomp en blind, terwijl zijne gewaarwordingen onzuiver zijn. Voor de rede zal hij doof zijn, en, een tijger gelijk, met ruw geweld zijn wil trachten door te drijven. Zijn leven zal waarschijnlijk een onbesuisd, geweldig jagen en drijven zijn, zonder dat hij zachtmoedigheid of gematigdheid kent. Daarom bestaat de muziek niet alleen voor de ziel, de gymnastiek niet alleen voor het lichaam, maar beide ten nauwste verbonden moeten het lichaam krachtig maken, en de ziel verheffende en tot kalmte stemmende, den geheelen mensch eene mannelijke zachtmoedigheid en eene zachtmoedige mannelijkheid geven12.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings