← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 11 — Negende hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

De vriendschap van Atossa werkte allerheilzaamst op het gewonde hart der jonge weduwe. Met haar kon de bedroefde, zoo dikwijls en zoo lang zij wilde, over Bartja spreken, en altijd vond zij in haar eene geduldige en deelnemende toehoorderes. Want ook Atossa had den spoorloos verdwenen broeder zeer liefgehad. Maar zelfs een vreemde zou gaarne aan Sappho’s vertellingen het oor hebben geleend. Want niet zelden nam zij een hooger vlucht, en scheen, als ze de herinneringen uit den bloeitijd van haar geluk in woorden kleedde, eene door de goden bezielde dichteres te zijn. En als zij het snarenspeeltuig greep, en de gloeiende, smachtende liederen van den Lesbischen zwaan11, waarin zij hare eigene gewaarwordingen terugvond, met hare zuivere, zoo aandoenlijk klagende stem zong, dan was het haar of ze met den geliefde, te midden van de stilte van den nacht, onder welriekende jasmijn nederzat; dan vergat zij, door hare verbeelding weggesleept, voor een oogenblik de koude, droeve werkelijkheid geheel en al. En telkens, als zij het speeltuig nederlegde, om met een zucht zich aan het rijk der droomen te ontrukken, wischte Cassandane, schoon zij de Grieksche taal niet verstond, zich een traan uit het oog, en boog Atossa zich over haar heen, om haar voorhoofd te kussen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings