Note 10 — Negende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De jonge Griekin was, sedert het verdwijnen van haar echtvriend, geheel veranderd. Het rozenwaas was sinds lang van hare wang weggevaagd, de glimlach van geluk speelde niet meer om haar mond. Buitengemeen schoon, in weerwil van hare bleekheid, hare saamgetrokken wimpers en lustelooze houding, deed zij aan Ariadne denken, die de terugkomst van Theseus verbeidde10. Smachtend verlangen sprak uit den opslag harer oogen, uit den toon harer zachte stem, uit de statige langzaamheid van haar tred. Vernam zij het geluid van een driftig naderenden voetstap, werd er een deur haastig geopend, of liet zich plotseling een mannenstem hooren, dan ontroerde zij geweldig, rees ijlings op en luisterde, om onmiddellijk daarop teleurgesteld, maar toch nog niet zonder hope, weder te gaan zitten en te peinzen en te droomen, gelijk zij reeds als meisje zoo gaarne deed.