Note 7 — Negende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Toen de goddelijke stier voor hem stond, en hij er niets buitengewoons aan kon ontdekken, werd Cambyzes woedend en stiet zijn zwaard in de zijde van het dier7. Toen hij het bloed zag stroomen en den Apis ter aarde storten, lachte hij zoo hard hij kon, en riep: »Gij dwazen! Uwe goden hebben alzoo vleesch en bloed, en laten zich straffeloos kwetsen! Voorwaar, zulk eene lafheid is uwer volkomen waardig. Maar gij zult ondervinden, dat ik mij niet ongestraft laat bespotten. Hei daar, trawanten! Geeselt deze priesters, en doodt allen die gij bij deze waanzinnige feestviering betrapt!” Men gehoorzaamde zijn bevel, en deed op deze wijze de woede en den wrok der Egyptenaren ten toppunt stijgen.