Note 2 — Negende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Toen hij het ziekenvertrek weder mocht verlaten, en opnieuw kon rijden en den boog spannen, gaf hij zich, nog teugelloozer dan voorheen, aan het genot van den wijn over, en verloor zoo doende ook het laatste spoor van zijn vroegere macht om zich zelven te beheerschen. Buitendien had zich in zijn krank brein het denkbeeld genesteld, dat Bartja niet dood, maar in den boog van den koning van Ethiopië veranderd was, en dat de Feruer2 van zijn overleden vader hem geboden had, hem door de onderwerping van het zwarte volk zijne vorige gestalte weder te geven. Deze gedachte, die hij aan ieder van de hem omringenden als een groot geheim mededeelde, vervolgde hem dag en nacht, en gunde hem rust nog duur, tot hij met een groot leger tegen Ethiopië was opgetrokken. Maar hij moest onverrichter zake terugkeeren, nadat het meerendeel zijner krijgsmacht, ten gevolge van hitte en van gebrek aan voedsel en water, een smadelijken dood had gevonden. Een schrijver, die bijkans tot zijne tijdgenoten behoorde, verhaalt3, dat de ongelukkige soldaten, na alle mondvoorraad verteerd te hebben, lang van kruiden geleefd hadden. Doch nadat in de woestijn alle plantengroei had opgehouden, zouden zij, door wanhoop gedreven, hunne toevlucht hebben genomen tot een middel, dat de pen bijkans weigert te vermelden. Elke tien soldaten wierpen namelijk onderling het lot, en aten hem op, die op deze wijze ter slachting werd aangewezen. Toen het evenwel zoover gekomen was, dwong men den waanzinnige terug te keeren, om hem echter, zoodra men weder in bewoonde streken was gekomen, getrouw aan het slaafsche karakter der Aziaten, onvoorwaardelijk te gehoorzamen, ofschoon het wel voor niemand een geheim meer was dat ’s konings verstand was gekrenkt.