Note 1 — Negende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Vier dagen later was hij sterk genoeg, om in een leuningstoel te zitten, en Prexaspes betreffende de zaak, die zijn geest uitsluitend bezig hield, te ondervragen. De gezant wilde, met het oog op de zwakheid van zijn vorst, een ontwijkend antwoord geven; doch als Cambyzes zijne vermagerde hand dreigend ophief, en hem met den nog altijd straffen blik van zijn oog aanzag, aarzelde Prexaspes niet langer, maar zeide, in de meening dat hij den koning eene blijde tijding ging mededeelen: »Verheugt u, mijn vorst! De jongeling, die het waagde u den roem te betwisten, is niet meer. Deze hand versloeg hem, en begroef zijn lijk bij Baal-Zephon1. Niemand heeft het gezien, buiten het zand van de woestijn, en de onvruchtbare golven der Roode Zee; niemand weet er van, dan gij en ik, en de raven en zeemeeuwen, die om zijn graf zwerven!”