← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 7 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Ja, mijn lust om klappen uit te deelen heeft me reeds veel geld gekost. Doch ter zake. Nauwelijks had Bartja de oogen weder geopend, of Gyges droeg mij op naar Sardes te rijden, om een bekwamen geneesheer en een gemakkelijken reiswagen te halen. Dien rit doet geen mensch mij na! Een uur voor dat ik hier aankwam, stortte mijn derde paard van vermoeidheid neder. Nu liep ik wat ik maar loopen kon op de poort aan. De wandelaars moeten allen wel gedacht hebben, dat het mij in de hersenen scheelde. Den eersten ruiter den besten, een koopman uit Celaenae7, rukte ik zonder een woord te spreken van zijn paard, sprong er zelf op, en voordat een nieuwe dag was aangebroken, was ik met den besten Sardischen arts en den voortreffelijksten reiswagen van Oroetes bij onzen zieke terug, dien wij, zoo langzaam mogelijk rijdende, naar dit paleis brachten, waar hij door eene kwaadaardige koorts werd aangetast. Hij kraamde alle dwaasheden uit, die in een menschenhoofd kunnen opkomen, en joeg ons zulk een angst aan, dat mij, als ik aan die dagen denk, nog telkens het angstzweet uitbreekt.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings