← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 6 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Zoo gezond, als wij maar wenschen konden,” begon de koningszoon, »reisden wij, gelijk gij weet, van Babylon af, en bereikten zonder eenige stoornis Germa, een klein stadje, aan den Sangarius gelegen. Vermoeid van den forschen rit, verbrandt door de zon van Chordât6, en ontoonbaar door het stof dat op ons kleefde, sprongen wij van onze paarden, ontdeden ons van onze kleederen, en wierpen ons in den vloed, die voorbij de herberg stroomde, en wiens heldere golven ons tot een bad schenen uit te noodigen. Gyges berispte ons om onze onvoorzichtigheid; wij echter bouwden op onze geharde lichamen, sloegen zijne vermaningen in den wind, en zwommen vroolijk in de groene golfjes rond. Kalm en rustig als altijd liet Gyges ons begaan, ontkleedde zich, nadat wij reeds met baden gedaan hadden, en ging toen op zijne beurt te water. Twee uren later zaten wij weer in den zadel, joegen als gold het dood of leven op de heirbaan voort, wisselden bij iedere pleisterplaats van paarden, en maakten den nacht tot dag.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings