← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 5 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Het paleis, dat nog altijd prachtig mocht worden genoemd, was ten tijde dat Cresus het bewoonde, de heerlijkste aller vorstenwoningen. Na de inname van Sardes hadden echter de Perzische veroveraars het grootste gedeelte der rijkdommen van den onttroonden koning naar de schatkamers van Cyrus te Pasargadae overgebracht, en waren de schoonste kunstwerken door ruwe handen vernietigd geworden. Toen die schrikkelijke dagen voorbij waren, hadden de Lydiërs menigen verborgen schat weder te voorschijn gehaald, en zich gedurende eenige jaren van vrede, onder de regeering van Cyrus en Cambyzes, door kunstvlijt en werkzaamheid zoover hersteld, dat Sardes thans wederom onder de rijkste steden van Klein-Azië, ja, van de gansche wereld mocht gerekend worden. Schoon Darius en Prexaspes aan de pracht eener koninklijke hofhouding gewoon waren, verwonderden zij zich niettemin over de schoonheid en den luister van het paleis van den satraap. Vooral troffen hen de kunstwerken van marmer, zooals men er noch te Babylon, noch te Suza, noch te Ekbatana vond5. Gebakken tegels en cederhout moesten daar de plaats van deze kostbare steensoort vervullen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings