Note 4 — Derde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Weinige oogenblikken later omarmden Prexaspes en Darius hunne vrienden. Daarop trokken de vereende ruiterbenden door de tuinen, die het Gygaeische meer omgaven, en de voornaamste uitspanningsplaats der bewoners van Sardes uitmaakten, de volkrijke stad binnen. De zon neigde juist ten ondergang, en een frisch koeltje begon te waaien. De burgers der stad stroomden de poorten uit, om zich in de buitenlucht te gaan vermeien. Lydische krijgers met rijk versierde helmen, en Perzische soldaten met cylindervormige tulbanden, liepen de geblankette en bekranste deernen achterna. Dienstmeisjes brachten de aan hare zorg toevertrouwde kinderen naar het meer, om hen de zwanen te laten voederen. Onder een plataanboom zat een blinde grijze zanger, die voor een vrij talrijk gehoor zijne weemoedige liederen met den magadis, of twintig-snarige Lydische luit, begeleidde. Een groot aantal knapen vermaakten zich met dobbelsteenen of met het kegelspel4; half volwassene meisjes stonden naar deze spelen te kijken, en gilden somwijlen van schrik, als eene harer door den met kracht geworpen bal werd getroffen, of deze bij ongeluk in het meer te recht kwam.