← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 1 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Thans voerde de weg door een boschje van berken, om welks stammen zich, met een overvloed van druiven beladene wijnranken tot hoog in de toppen slingerden, nederwaarts in een dal. Bij eene kromming, van waar men een heerlijk vergezicht had, hielden de ruiters stil. Vóor hen lag de hoofdstad van het voormalige Lydische rijk, eens de residentie van Cresus, het gouden Sardes, in het wijdvermaarde Hermusdal. Eene donkere steile rots stak hoog uit boven de eenvoudige rieten daken van de tallooze huizen der stad. Op haar top zag men reeds van verre een majestueus gebouw, uit wit marmer opgetrokken. Het was de burcht, om welks driedubbele muren koning Meles, vele eeuwen geleden, een leeuw had rondgedragen, opdat ze onneembaar zouden zijn. De zuidelijke helling van den slotberg was minder steil, en met huizen bebouwd. Noordwaarts van deze rots verrees, op den oever van den stofgoud met zich voerenden Pactolus, het voormalig paleis van Cresus. Aan gene zijde van het marktplein, dat de van verrukking opgetogene reizigers als eene onbegroeide plek te midden eener bloeiende weide voorkwam, ruischte de rosse stroom, die zich westwaarts in een smal bergdal stortte, om daar den voet van den grooten tempel van Cybele1 te bespoelen. Oostwaarts strekten zich groote tuinen uit, door welker geboomte men hier en daar het kristalheldere Gygaeische meer zag glinsteren. Bont geverfde speelvaartuigen, waarachter een tal van sneeuwwitte zwanen met hunne lange halzen de diepte schenen te peilen, bedekten de oppervlakte van het meer. Op omtrent een kwartier afstand van het water verhieven zich talrijke, door menschenhanden opgeworpene heuvels, van welke drie vooral door hunne aanmerkelijke grootte en hoogte de aandacht trokken2.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings