← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 3 — Achtste hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Dat ’s ferm gehandeld,” riep Cresus. »Zullen de Alkmaeoniden weldra de driehonderd talenten, die zij tot de voltooiing van den tempel behoeven, bijeenhebben?3 Ware ik nog maar de rijke man, die ik eens geweest ben, dan zou ik gaarne al de kosten voor mijne rekening nemen, hoewel uw booze god mij, in spijt van al mijne geschenken, leelijk bedrogen heeft. Toen ik hem namelijk liet vragen, of ik den oorlog tegen Cyrus zou durven ondernemen, gaf hij mij ten antwoord, dat ik een groot rijk ten onder zou brengen, zoo ik de rivier Halys overtrok. Ik vertrouwde op deze godspraak, verzekerde mij, overeenkomstig zijn bevel, van de vriendschap der Spartanen, en bracht werkelijk een groot rijk ten val, toen ik de grensrivier had overschreden. Dit rijk was evenwel niet het Medisch-Perzische, maar mijn eigen arm Lydië, dat thans als eene satrapie van Cambyzes zich maar noode in zulk eene ongewone afhankelijkheid kan voegen.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings