Note 2 — ILOILO EN PANAY.
Reading edition
Den volgenden dag maakten wij ons gereed voor een bezoek van de verschillende pueblos aan de kust, en vroeg in den morgen in onze rijtuigen stappende, kwamen wij door Molo en Arévalo naar Oton. Arévalo heeft eenige vermaardheid in de jaarboeken der Philippijnen en had een bijzonder belang voor den gouverneur, daar hier laatstelijk de genegenheid der Indianen voor zijn zoon gebleken was, wiens begrafenis zij met zooveel bijzondere bewijzen van sympathie en leedwezen hadden vereerd. Arévalo was vroeger de residentie van den gouverneur; zij werd in 1581 door Ronquillo gebouwd, die haar den naam van zijne geboorteplaats gaf. Door de Indianen geplunderd, door zeeroovers aangevallen en terwijl haar bestuur geheel was gedesorganiseerd, bleef het geruimen tijd verlaten, en daar de zetel der magt naar Iloilo is overgebragt, levert Arévalo niet veel levendigs op; er bevinden zich ongeveer 8,000 inwoners in dit district. Te Oton zagen wij van uit het Augustijner-klooster eene belangwekkende plegtigheid. Het was op een zondag en bij het verlaten van de kerk werden de inwoners bij trommelslag gewaarschuwd eene proclamatie van het Gouvernement te hooren lezen. Zij waren allen in hunne fraaiste kleederen, en mannen, vrouwen en kinderen vormden een kring rondom een der inlandsche Indiaansche autoriteiten, die, met luider stemme, in de Bisajaansche taal het document voorlas, dat hem bevolen was aan het volk mede te deelen. Er heerschte eene volmaakte stilte gedurende de lezing en de menigte verspreidde zich rustig. Langs de kust zijn fortificatiën opgerigt en eene groote verscheidenheid van fabrikaten werd ons voorgelegd. Er worden veel Engelsche katoenen twist verkocht, die de schering van de meeste fabrikaten uitmaken2. Wij zagen zijden en katoenen dekens; verschillende soorten van gekleurde ginghams; weefsels, waarin de vezelen van de abaca en de pina met onze katoenen draden waren vermengd, waarvan de invoer echter tot de kleuren is beperkt, die de Indianen zelve niet kunnen verwen. Oton telt ongeveer 23,000 inwoners. Ik heb opgemerkt dat de evenredigheid van de geboorten tot de sterfgevallen ongeveer vier tot één staat, en dat terwijl er vijf geboorten op een huwelijk plaats hebben, er nog geen derde meer sterft dan huwt, zoodat de vermeerdering der bevolking zeer groot kan geacht worden. In 1818 bedroeg zij nog geene 9,000 zielen. Tigbauan, met zijne 21,000 inwoners, was onze volgende pleisterplaats. Zijn algemeen uitzigt gelijkt dat van Oton. Rijst is de voornaamste landbouw-productie, maar de vrouwen houden zich het meest bezig met het weven van stoffen, die op de markten in Albay en Camarines worden verkocht. Wij werden uit het Augustijner-klooster door een monnik van Giumbal vergezeld, die blijkbaar veel invloed uitoefende over zijne broeders en over de geheele gemeente. Zijne conversatie was onderhoudend en leerzaam. Hij had een fraai span paarden, een schoon rijtuig en hij besteedt zijne ruime inkomsten met edelmoedige milddadigheid. Om niet te herhalen wat reeds zoo dikwijls heeft plaats gehad, maakten de Indianen, gedurende onze geheele reis, feestdagen tot onze ontvangst, die overal het aanzien van publieke feesten hadden. Nadat de principalia ons tot de kloosters hadden vergezeld, ik hen bedankt en de gouverneur en de monnik hen hun afscheid gegeven hadden, werd een aantal jonge meisjes binnengebragt, wie de bediening van de tafel en van de gasten was opgedragen. Er lag eene vreemdsoortige afwisseling van nieuwsgierigheid, vrees en eerbied in haar gedrag, doch zij verzamelden zich rondom mijn armstoel; hare helderzwarte oogen zagen mij vragend aan en schenen mijne bevelen te vragen, terwijl eene, die wel eene kleine van den geestelijken vader scheen, haar hand in de krullen van mijn wit haar stak, die zij eenige bewondering waardig scheen te achten; maar de monnik zeide mij dat zij onder elkander vroegen hoe het mogelijk was dat ik een generaal en voornaam man kon zijn, terwijl ik toch geen goud op mijne kleederen droeg; ik was niet half zoo fraai gekleed als de ambtenaren, die zij gewoon waren te zien. Zij waren zeer fier op sommige pina-kleederen, die zij droegen, en de eene na de andere kwam bij mij om de fijnheid daarvan te laten zien. Zij droegen zorg mij van cigaren te voorzien en dat er licht gereed stond als de cigaar uitgebrand was, en toen wij aan onzen welvoorzienen maaltijd zaten, waren verscheidene bij de hand om de schotels weg te nemen, andere aan te brengen en toe te zien of wij wel voorzien waren van de lekkernijen van den dag. Op onzen terugweg naar Iloilo, vernamen wij dat de principalia van Molo ons in hunne rijtuigen naar onze woning zouden geleiden; zij wachtten ons op den grooten weg, zoodat wij te zamen eene geheele processie uitmaakten. Zij hadden vooraf kapitein Vansittart en de officieren der Magicienne op hun bal uitgenoodigd en velen wachtten, terwijl zij tot in den vroegen morgen dansten.