Note 1 — De terugkeer.
Reading edition
“Ik zie wat er aan hapert!” riep eensklaps de jeugdige ingenieur uit. “De ezels,—die deze streek in kaart brachten, hebben eenvoudig geen rekening gehouden met de magnetische afwijking van de kompasnaald. En die afwijking bedraagt hier niet minder dan negen en twintig graden westerring.1 Daaruit volgt dat al hunne aanwijzingen van breedte en lengte, om nauwkeurig te zijn, langs een boogje van negen en twintig graden van het westen naar het oosten rondom het middelpunt van de kaart moeten verplaatst worden!.... Het is aan te nemen dat Engeland zijne kundigste topografen niet uitgezonden heeft, om die opmetingen te doen!”