Note 43 — Het Boeddhisme.
Reading edition
Niet minder verhief hij zich tegen het zweren bij schriftgeleerdheid, tegen de meening als ware het genoeg de woorden van de Veda’s in het hoofd te hebben. „Wie,” zeide Boeddha, „de liederen en spreuken der oude wijzen nabidt en zich dan zelf een wijze dunkt, die is even als een slaaf of gering mensch, die zich op de plaats stelt, waar de koning tot zijn gevolg sprak, dezelfde woorden bezigt en zich nu ook een koning dunkt.”43 De scholier gelooft wat de meester gelooft, de meester wat hij van vroegere meesters ontvangen heeft.