Note 38 — Het Boeddhisme.
Reading edition
Wat die strengere ascese betreft, hij verlangde dat een monnik altijd in het woud zijn verblijf zou houden, terwijl Boeddha gaarne in de nabijheid van steden en dorpen vertoefde. Ook wilde hij dat een monnik slechts leven zou van wat hij op zijn rondgang verzamelde en geen uitnoodiging ter maaltijd van vrome leeken zou aannemen. Zijn gewaad, meende hij verder, mocht slechts uit opgeraapte lompen zijn samengenaaid, enz. Een tijdlang had dit streven eenig succes, doch straks leed het geheel en al schipbreuk. Eene legende verhaalt zelfs, dat Devadatta levend door de hel werd verslonden. Wij zagen boven reeds38 dat volgens de „twaalf voorschriften” inderdaad eischen, als die welke Devadatta verlangde, aan Boeddha’s volgelingen werden gesteld en de vraag komt bij ons op: Ligt er toch misschien in Devadatta iets van het oorspronkelijke Boeddhisme dat men later heeft trachten weg te werken en als ondermijning van het gezag des Meesters te doen beschouwen? Eén ding schijnt mij wel waarschijnlijk, namelijk, dat wij ons de eerste volgelingen van den Verlichte niet moeten voorstellen als rustig levend in hun vihāras’,39 maar wel als zwervers, schamel gekleed, al kunnen wij niet aannemen, dat hun gewaad uit opgeraapte lompen moest gemaakt zijn, en evenmin dat zij niet ter maaltijd mochten gaan.