← Table of contents
De wijzen van het Oosten

Note 21 — Het Boeddhisme.

Reading edition

„Twee wegen zijn er, o monniken, waarvan verre moet blijven, die een geestelijk leven wil leiden. Welke beide wegen zijn dat? De eene weg is een leven van genietingen, overgegeven aan lust en genot, dat is min, onedel, ongeestelijk, onwaardig, nietsbeteekenend. De andere weg is een leven van zelfpijniging, dat is droevig, onwaardig, nietsbeteekenend. Van beide deze wegen, o monniken, is de voleindigde ver; hij heeft den weg van het midden leeren kennen, den weg, die het oog opent en den geest opent, die tot rust, tot inzicht, tot verlichting, tot Nirvāna21 leidt. En welke, o monniken, is deze weg van het midden, dien de Tathāgata heeft erkend, die, welke het oog opent en den geest opent, die tot rust, tot inzicht, tot verlichting, tot Nirvāna voert? Het is het heilige achtvoudige pad, dat wil zeggen: goed inzien, (vrij van wangeloof); goed bedoelen, (verheven, den ernstigen man waardig); goed spreken, (vriendelijk, openhartig, waar); goed handelen, (vreedzaam, eerlijk zijn); goed leven, (zonder een levend wezen te deren); goed streven, (door zichzelf in tucht te houden); goed gedenken, (waakzaamheid des geestes); goed bespiegelen, (zich verdiepen in de mysteriën des levens). Dit, o monniken, is de weg van het midden, dien de voleindigde heeft erkend, die het oog en den geest opent, die tot rust, tot inzicht, tot verlichting, tot Nirvāna voert.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings