← Table of contents
De wijzen van het Oosten

Note 75 — Het Boeddhisme. (continued 2)

Reading edition

Volgens de „Witte Lotus van Dharma” beteekent deze gelijkenis het volgende: De oude man is Tathāgata en zijn kinderen zijn de blinde, lijdende kinderen van zonde en hartstocht. Tathāgata heeft hen zeer lief en wil hen redden van hun ongeluk. Het oude, wondergroote huis, onooglijk, rot, gevaarlijk is het rijk van Kāma: het gebied der begeerte, de drie groote werelden van den zichtbaren kosmos. Het oude huis staat in brand door het vuur van menschelijke hartstochten, haat en lust. Tathāgata wil, in zijn oneindig medelijden al zijn geliefde kinderen uit het groot gevaar verlossen, maar zij verstaan zijne taal niet. Zij denken alleen over mooi speelgoed en kinderlijke vermaken. Als hij tot hen spreekt over den grooten innerlijken vrede, die den mensch zijn smart doet overwinnen, begrijpen zij hem niet. Spreekt hij tot hen over wonderbare, bovennatuurlijke giften, die aan de stervelingen worden geschonken, dan zijn zij doof. De wagentjes van klatergoud voor de kinderen van Tathāgata bereid, zijn de „Groote” en de „Kleine” overtocht der Boeddhistische leer.75

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings