Note 97 — Het Boeddhisme. (continued 2)
Reading edition
„De spijs van hem, die uit het huis naar het leven zonder tehuis is gegaan, zullen zijn de beten, die hij door bedelen verkrijgt. Zijn gewaad zal gemaakt zijn uit de lompen, die hij verzamelt. Zijn legerstede zal zijn onder de boomen des wouds.97 Zijn medicijn zal zijn de stinkende urine van vee.” Bereiden vrome leeken hem een maal: verleenen zij hem kleeding, onderdak, geneesmiddelen: ’t is niet verboden die aan te nemen, doch de rechte en wettige levenswijze van den monnik is deze gestrengheid van het bedelaarsleven. Dan worden hem meegedeeld de vier groote verboden, door welke te overtreden een monnik zichzelf uit de gemeente uitstoot: