← Table of contents
De wijzen van het Oosten

Note 92 — Het Boeddhisme. (continued 2)

Reading edition

Māra zegt dan: „De verhevene, Heer, heeft de viervoudige wondermacht zich eigen gemaakt—als de verhevene, o Heer, wilde, zoo kan hij willen dat de Himalaya, de koning der bergen, tot goud werd en—hij zou tot goud worden.” Boeddha wijst hem af: wat baat het den wijze of hij een berg van zilver en goud bezit? Wie het lijden heeft gezien in zijn oorsprong, hoe kan hij zich wenden tot de begeerte? Wie weet dat aardsche zin een boei is in deze wereld (nl. die de vrijmaking tegenhoudt) die moge trachten naar wat hem daarvan vrijmaakt. Toen zag Māra, de booze: de verhevene kent mij, de voleindigde kent mij—en mismoedig en bedroefd ging hij heen.—92 Een slot, dat bij dergelijke verhalen over Māra telkens wederkeert.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings