← Table of contents
De wijzen van het Oosten

Note 68 — Het Boeddhisme. (continued 2)

Reading edition

Koning Açoka had een jongetje, wiens oogen zoo schoon waren dat zijn vader hem Kunāla noemde: daar is een vogel van dien naam, welke onder de rhododendrons en pijnboomen van de Himalaya woont en die beroemd is om zijn lieftallige oogen. De jonge prins groeide op en ieder sprak over zijn schoonheid in het gansche land des konings. Geen vrouw kon hem in de oogen zien, zonder verliefd op hem te worden. Een Sthavira68 sprak eens ernstige woorden tot hem en zeide: „De trots van het oog mijn zoon, is ijdelheid. Pas op.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings