← Table of contents
De wijzen van het Oosten

Note 24 — De Chineesche Philosophie. (continued 2)

Reading edition

Tusschen Han Yü, die voor 1100 jaren de leer van Confucius voorstond en Chu hi, die sedert het einde der 13e eeuw officieel als vertegenwoordiger der orthodoxe uitlegging wordt beschouwd, bestaat een dergelijk onderscheid, als er tusschen de strenge Rabbijnen van Jeruzalem en de Alexandrijnsche Joden der nieuwe school bestaan heeft.24 Han Yü komt heftig op tegen het brengen van een reliquie van Boeddha in het keizerlijk paleis en vraagt, wat de keizer met het oude, halfvergane gebeente moet aanvangen. Hij sluit zijn pleitrede hiermede, dat hij het bestaan van de godheid van het Boeddhisme loochent en deze oproept om, als bewijs dat zij werkelijk bestaat, hem, haren tegenstander te vernietigen. Dezelfde uitdaging als van Bradlaugh, den bekenden Engelschen vrijdenker en afgevaardigde in het lagerhuis, die den God der Christenen opriep om hem, den godloochenaar, te verpletteren. Alleen Bradlaugh vatte, als zoon der democratische 19e eeuw, de zaak meer dramatisch, openhartig gezegd, dwazer op dan de Chinees der 8e eeuw; hij toch stelde zijn eisch in een volksvergadering en gaf God slechts vijf minuten om hem te vernietigen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings