Note 20 — De Chineesche Philosophie. (continued 2)
Reading edition
Spoedig werd de richting van het Taoïsme, waarvan deze geschiedenis een voorbeeld geeft, de heerschende: met ijver zocht men naar het middel om goud te maken en naar het elixer des eeuwigen levens: de keizers en grooten overlaadden de leermeesters der zwarte kunst met goud en eer. Onder Tsin Shi Wang Ti, die de geleerden20 zoo wreed vervolgde, bloeide het Taoïsme zeer. De keizer zocht met de Taoïsten naar „den steen der wijzen” en naar de „eilanden der zaligen”, die natuurlijk ten westen van China moesten liggen. Toen Sü Shi, dien de keizer met een groot gevolg van jongelingen en jonkvrouwen had uitgezonden om deze eilanden te zoeken, terugkeerde met het bericht, dat hij ze wel had gezien, maar ze door tegenwind niet kon bereiken, trok de keizer zelf naar Tschifu in Shantung, in de hoop ze van daaruit te aanschouwen. Daar doodde hij eigenhandig een grooten haai, die, volgens de beweringen der Taoïsten de ontdekking der eilanden zou verhinderen. De dood des keizers sloeg aan verdere plannen, die naar Japan hem hadden kunnen leiden, den bodem in. Doch, ook dit gebrek aan succes schrikte de opvolgers van den „eersten hemelschen keizer” niet af: en nog onder menig opvolger verheugden zich de Taoïsten in den krachtigsten steun en de grootste waardeering.